De vraag waar je geen antwoord meer op hebt
Je hebt jaren gezorgd, geregeld en meegedacht. En dan vraagt iemand wat jij zelf wilt, en er komt niets. Over die stilte, en over wat een vrije avond er niet voor terugbrengt.
13 september 2026 · 5 min lezen
Op een verjaardag vraagt iemand wat je tegenwoordig zelf graag doet. Geen ingewikkelde vraag. Je hoort jezelf iets zeggen over de kinderen en over het werk, en halverwege merk je dat je de vraag aan het ontwijken bent zonder dat je dat van plan was.
Later, in de auto, probeer je het nog een keer. Wat vind ik leuk. Wat er komt is een lijstje van vijftien jaar geleden.
Neem eens wat tijd voor jezelf.
Dat krijg je dan te horen, en het is aardig bedoeld. Er zit alleen een aanname in: dat het aan de tijd ligt.
Stel dat je die tijd krijgt. Een avond, een zaterdag, een weekend waarin niemand iets van je nodig heeft. Wat ik dan terug hoor, is dat mensen zo’n avond niet in komen. Ze ruimen de keuken op, ze appen of het thuis goed gaat, en om negen uur zitten ze op de bank met het gevoel dat ze iets verspild hebben.
Het gaat niet over tijd
Ik denk dat er iets anders speelt, en het is ongemakkelijker dan een volle agenda.
Misschien ben je geen tijd kwijtgeraakt, maar het kiezen.
Jarenlang ging bijna elke vraag over iemand anders. Wat heeft hij nodig. Kan zij dit aan. Wat gebeurt er als ik nu niet ga. Dat is geen fout van jou. Het is wat er gebeurt als iemand van wie je houdt het zwaar heeft, en ik heb het zelden anders zien gaan.
Wat ik zie is dat daar twee dingen tegelijk gebeuren. Je wordt scherp in het aflezen van wat een ander nodig heeft. En de vraag wat jij wilt is zo lang niet gesteld dat er geen antwoord meer klaarligt.
Dat maakt het taai. Een voorkeur lijkt niet iets wat in een la ligt te wachten tot je er tijd voor hebt, maar eerder iets wat je onderhoudt — en wat stroef wordt als je het lang niet gebruikt.
Waarom een vrije avond het niet oplost
Een lege avond stelt precies de vraag waar je geen antwoord op hebt, en hij stelt hem in één keer groot. Wat wil ik nou eigenlijk. Dat is te veel gevraagd voor een dinsdag.
En er zit iets onder. Dat komt er meestal pas uit als iemand hier een paar keer heeft gezeten: dat iets voor jezelf doen niet als vrijheid voelt. Eerder alsof je het ergens weghaalt.
Dat gevoel komt niet uit de lucht vallen. Als er thuis iemand is die het zwaar heeft, is er meestal wel een reden waarom het nu niet uitkomt, en die reden is vaak ook nog waar. En dan zie ik het uitstel een gewoonte worden, en de gewoonte iets wat op een overtuiging gaat lijken: dat het pas mag als het daar goed gaat.
Alleen komt dat moment niet vanzelf langs. Niet omdat het nooit beter gaat, maar omdat er geen dag is waarop iemand tegen je zegt dat je nu aan de beurt bent.
Wie heeft dit dan gedaan?
Wat hier in mijn spreekkamer meestal gebeurt, is dat iemand een schuldige gaat zoeken en zichzelf kiest. Dat je het had moeten aangeven. Dat je te meegaand bent geweest. Dat je het over je kant hebt laten gaan.
Dat hoeft zo niet gegaan te zijn. Misschien is er geen middag aan te wijzen waarop je besloot je eigen leven weg te geven, maar honderd redelijke keuzes, elk op dat moment goed te verdedigen, en bij elkaar opgeteld een agenda die om iemand anders heen is gebouwd. Of het bij jou zo is gelopen, weet jij beter dan ik.
En of de ander het je heeft afgepakt, kan ik van hieruit niet zeggen. Wat ik meestal aantref is iemand die het zwaar had en iemand die er was, en dan hoeft er niemand slecht te zijn geweest om hier terecht te komen. Maar zo is het niet overal. Waar iemand je klein hield in plaats van je nodig had, gaat deze alinea niet op — dan is Veilig Thuis (0800-2000) een betere eerste stap dan de oefening hieronder.
Tot slot
Ik ga niet zeggen dat je jezelf terugkrijgt. De mensen die ik hierin zie zitten worden niet meer wie ze vijftien jaar geleden waren, en een deel van hen wil dat na een tijdje ook niet meer.
Wat ik wel heb zien gebeuren, bij sommigen: dat de vraag op een gegeven moment weer een antwoord krijgt. Eerst een heel klein antwoord. Welke koffie. Welke route. Welke avond van de week niemand iets van je wil.
Het is klein. En het gaat over jou, en niet over hoe het thuis gaat.